Over hoe een Bourgondische hoveling zijn wortels eerde in Ambierle met een aan Rogier Van der Weyden toegeschreven meesterwerk.
Ambierle is een pittoresk dorpje ten noorden van de Loire, gebouwd op een landtong op 400 meter hoogte. Het ligt op het kruispunt van de routes naar Santiago de Compostela en de Via Sancti Martini en is gekend voor haar wijngaarden, zandkoekjes en aardewerk. Maar het dorpje dankt vooral zijn roem aan zijn prachtige benedictijnenabdij met een priorkerk gekend om haar geglazuurde pannendak, dat je al van ver ziet fonkelen in de zon.
De eerste vermeldingen van deze abdij dateren uit 902, maar haar oorsprong is in de loop de tijden verloren gegaan. In 938 werd ze opgenomen in de orde van Cluny, en in 1101 omgevormd tot een priorij. In de tweede helft van de 15e eeuw werd ook een priorijkerk gebouwd, gewijd aan Sint Maarten van Tours, gebouwd op de fundamenten van een 11e-eeuwse Romaanse kerk en een 14e-eeuwse kapel. De echte blikvanger van de kerk? Een verbluffend 5,60 meter lang altaarstuk in de apsis, dat het lijdensverhaal van Christus verbeeldt.
Dit monumentale kunstwerk werd geschonken door Michel de Gaugy in 1476, als eerbetoon aan zijn ouders, die in het klooster begraven lagen. En hier komt de Bourgondische link bovendrijven: Michel de Gaugy, telg uit een adellijke familie uit de Roannais, was kamerheer van Filips de Goede. Dat was destijds een zeer belangrijke positie. Hij was dus werkzaam aan het Bourgondisch hof en behoorde tot de intieme kring van de hertog. Zijn schenking aan Ambierle getuigt van een sterke band met zijn geboortestreek en van een zekere fierheid om ook daar zijn stempel na te laten.
Het werk is een polyptiek (of veelluik), waarvan het centrale deel een beeldhouwwerk is waarop de Passie van Christus is afgebeeld. Op de zijluiken zie je Michel de Gaugy zelf, samen met zijn familieleden en hun beschermheiligen. De zes sculpturen stellen de kruisiging, de Judaskus, de geseling, de doornenkroning, de kruisafname, de begrafenis en de wederopstanding voor. Verschillende aanwijzingen doen vermoeden dat het werk in Brabant vervaardigd werd, omstreeks 1466. De maker van het beeldhouwwerk is onbekend, maar de schilderijen op de zijluiken werden toegeschreven aan niemand minder dan de Brusselse top kunstenaar Rogier Van der Weyden.
Met dank aan Frank Agsteribbe en Marie De Keulenaer.