Over een Kempense stad op de grens tussen noordelijke en zuidelijke Nederlanden, en over Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, twee sterren aan het Bourgondisch-Habsburgse firmament.
Wie vandaag de naam Hoogstraten hoort vallen, denkt al snel aan bakjes sappige aardbeien. Ooit reikte Hoogstratens faam veel verder. In de vroege 16e eeuw was de Kempense stad een belangrijke spil in het Bourgondisch-Habsburgse machtsapparaat, mede door haar strategische ligging op de route naar de noordelijke Nederlanden. De restanten van deze eeuwenoude grandeur zie je vandaag nog in het kasteel van Hoogstraten, ook wel het Gelmelslot genoemd, dat sinds 1931 dienst doet als Strafschool of Penitentiair Centrum.
In 1518 kwam het land van Hoogstraten (een heerlijkheid bestaande uit Hoogstraten, Wortel, Minderhout, Meer, Meerle en Meersel) in het bezit van graaf Antoon van Lalaing. Vanaf 1525 liet hij samen met zijn echtgenote Elisabeth van Culemborg de middeleeuwse burcht van Hoogstraten om tot een stijlvol renaissanceslot, dat als hun thuis moest dienen en waar veel belangrijke Bourgondisch-Habsburgse figuren, van Maria van Bourgondië tot keizere Karel V, de revue passeerden. Aan dit door Rombout II Keldermans gebouwde kasteel herinnert vandaag voornamelijk nog de zuidwestelijke vleugel, links van het in latere tijden aangepaste poortgebouw. Antoon financierde in de jaren 1530 ook de bouw van het stadhuis, waar tegenwoordig de toeristische dienst haar diensten aanbiedt.
Collectie Stadsarchief Mechelen (www.regionalebeeldbank.be)
Nog imposanter is de 104 meter hoge Sint-Katharinakerk die destijds werkelijk boven het kleine Hoogstraten moet hebben uitgetorend. Ze verving de oude gotische kerk en moest het imago van Antoon en Elisabeth nog meer luister bijzetten. Met steun en financiële hulp van Margaretha van Oostenrijk, gaf het grafelijk echtpaar in 1525 opdracht aan Rombout II Keldermans, die ook al hun renaissanceslot uittekende, om een waardige grafkerk te creëren. Hoewel de bouw van de kerk enkele jaren stil lag door dalende inkomsten, werd het imposante godshuis uiteindelijk afgewerkt in 1550.
Zowel Elisabeth, eerste hofdame van Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Nederlanden, als Antoon de Lalaing, belangrijke raadsman en vertrouweling van Margaretha van Oostenrijk, maakten deel uit van de absolute top van het bestuursbeleid in de Nederlanden. Tot op vandaag herinneren de somptueuze glasramen en het monumentale praalgraf aan het bouwpaar Antoon en Elisabeth en aan hun status aan het Bourgondisch-Habsburgse hof.
Vandevorst, Kris, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons.
Maar wie waren juist deze figuren die Hoogstraten zo’n erfenis na lieten?
Antoon I van Lalaing (1480–1540) begon zijn carrière aan het hof van Filips de Schone. Hij werd een vertrouweling van diens zoon Karel, de latere keizer Karel V, en klom op tot lid van diens Privéraad. Zijn huwelijk in 1509 met Elisabeth van Culemborg bracht hem de heerlijkheden Hoogstraten en Culemborg. Toen Karel V Hoogstraten in 1518 verhief tot graafschap, maakte dit Antoon de eerste graaf van Hoogstraten. Antoon diende als stadhouder van Holland, Zeeland, West-Friesland en later Utrecht. Als stadshouder was hij betrokken bij het bestrijden van het protestantisme in de Nederlandse steden, waardoor zijn naam in Nederland prominenter op de kaart staat dan in België. Hij kreeg tijdelijk het hoogste gezag in de Nederlanden toen Margaretha van Oostenrijk door ziekte moest aftreden; hij was een vertrouweling en goede vriend van Margaretha. Kwade tongen aan het hof beweerden dat hij haar minnaar was, maar waarschijnlijker is dat zijn stijgende invloed eerder gestimuleerd werd door de hechte band tussen Margaretha en zijn vrouw Elisabeth.
Elisabeth van Culemborg (1475 – 1555) was de dochter van Johanna van Bourgondië, een dochter van de Grote Bastaard Antoon, en dus kleindochter van Filips de Goede én nicht van Maria van Bourgondië. Ze werd geboren in Hoogstraten en groeide op in Mechelen, waar haar carrière een aanvang nam als hofdame van Johanna van Castilië (beter bekend als de Waanzinnige), de vrouw van Filips de Schone. Later werd ze eerste hofdame en vertrouwelinge van Margaretha van Oostenrijk, die het na de dood van haar broer Filips de Schone schopte tot landvoogdes van de Nederlanden. Daarnaast speelde Elisabeth een belangrijke rol in de vertegenwoordiging van de noordelijke Nederlanden binnen het Bourgondisch-Habsburgse Rijk. Elisabeth bewoog zich in de hoogste kringen van Europa, had een verfijnde smaak voor kunst, en stond bekend om haar liefdadigheid. Ze had geen kinderen, maar gedroeg zich als zorgzame moederfiguur voor de kinderen aan het hof, waaronder Margaretha van Parma, de buitenechtelijke dochter van Karel V. In de erkenning van Margaretha als dochter door Karel V speelde ze een belangrijke rol. Daarnaast stichtte ze verschillende weeshuizen, zoals het Knechtjeshuis en het meisjesweeshuis in Hoogstraten.
Met dank aan Paul Fockaert, Willy Schalk en Marie De Keulenaer.
(Zie ook Hof van Hoogstraten, zowel in Brussel als Mechelen)
Verder lezen?
De Iongh, Jane. Madama: Margaretha van Oostenrijk: Hertogin van Parma en Piacenza (1522-1586). Amsterdam: Querido, 1965.
Sint Katharinakerk. Geschiedenis.
Inventaris Onroerend Erfgoed. Kasteel van de heren van Hoogstraten.