ABC - Stoute schoenen

Saeftinghe, Slot van

Over een lang vergaan kasteel, waar Jan van Uutkerke, petekind en vertrouweling van Filips de Goede, op een gruwelijke manier aan zijn einde kwam omwille van beschuldiging van sodomie. 

 

Ergens tussen het slib en de schorren van het Verdronken land van Saeftinghe, een enorm natuurgebied op de grens tussen België en Nederland, liggen de ruïnes van het Saeftingher slot. In 1279 liet gravin van Vlaanderen Margaretha van Constantinopel, die de heerlijkheid Saeftinghe in 1261 kocht, het kasteel optrekken op een zandheuvel in Hulst bij de Hontemunde, de plaats waar de Honte en de Schelde samenvloeien. Op deze strategische plaats werd jarenlang tol geheven op beide wateren.

Diezelfde wateren zorgden echter ook voor ettelijke overstromingen, wat de inwoners van Saeftinghe ertoe verplichtte dijken te bouwen. Zo werd ook een ringdijk gebouwd rondom het kasteel om het te beschermen, maar regelmatige stormen en overstromingen zorgden voor continue schade. Bovendien kreeg de burcht ook te maken met menselijke invasies, zoals tijdens de Gentse opstand van 1379 tot 1385, waarin onder andere Filips van Artevelde zich verzette tegen het grafelijk gezag van Lodewijk van Male. Ridder Hector van Voorhoute (zoon van Margaretha van Vlaanderen, de bastaarddochter van Lodewijk van Male) diende als commandant op het Slot van Saeftinghe, dat in 1382 werd belegerd door de Gentenaren.

Het Saeftingher slot kreeg het dus zwaar te verduren. Bij overstromingen in het begin van de 16e eeuw werd de burcht ernstig beschadigd en werd de ringdijk grotendeels weggespoeld. Er werd daarna geen moeite meer gestoken in herstellingen, waardoor het kasteel binnen de kortste keren in verval kwam te staan. Al in 1574 gaat het nog nauwelijks over een ruïne. Vandaag schiet er niets meer over van deze Middeleeuwse burcht, die genadeloos verzwolgen is door de Schelde.

Toch krijgt dit verdwenen kasteel een plaatsje in het abecedarium van Stoute schoenen. Het slot van Saeftinghe was namelijk het decor voor een bijzondere gebeurtenis in het Bourgondisch verleden. Hier werd Jan van Uutkerke (… – 1442), samen met twee anonieme medeplichtigen, in januari 1442 veroordeeld en terechtgesteld voor sodomie, een ernstige zonde in premodern Europa. De term werd gebruikt om alle seksuele handelingen die niet op voortplanting gericht waren (zoals masturbatie, bestialiteit, orale en anale seks, maar vooral homoseksulaiteit) te bestraffen.

In de Zuidelijke Nederlanden vonden tussen ca. 1400 en 1700 maar liefst 207 processen plaats waarbij 406 individuen beschuldigd werden van sodomie. Toch is het proces van Van Uutkerke door verschillende kroniekschrijvers ijverig gedocumenteerd. Hoewel sodomie vooral voorkwam bij de elite, dankzij hun decadente levensstijl vol seksuele verlokkingen, werd het net bij deze geprivilegieerde groep eerder door de vingers gezien. Wanneer een edelman werd veroordeeld voor sodomie was er dan ook vaak meer aan de hand.

Jan Van Uutkerke was bovendien niet zo maar een edelman. Zijn vader Roeland was een goede vriend van de hertog. Hij had als kamerheer gediend onder Jan zonder Vrees en was een trouwe bijstander van Filips de Goede tijdens vredesonderhandelingen en belegeringen. Als beloning werd hij toegelaten tot Filips prestigieuze, exclusieve ridderorde: de Orde van het Gulden Vlies. Ook zijn zoon Jan had een bijzondere relatie met de hertog: Filips de Goede was namelijk zijn peter. Ook hij diende succesvol in het Bourgondische leger en hielp onder andere de provincie Holland, waarvan zijn vader gouverneur zou worden, innemen. Daarnaast ging hij ook op verschillende diplomatieke missies in naam van Filips en steunde hem in zijn strijd tegen opstandige steden zoals Brugge en Gent. Hij werd beloond met de functie van gouverneur van Gouda in 1428.

Toen deze trouwe dienaar van het Bourgondische hof werd gearresteerd op 9 november 1441 wegens ‘une crime et peschié abhominable de sodomie’, was dit dan ook een bijzondere gebeurtenis. De hertog van Bourgondië stond erop dat Jan berecht werd door zijn Grote Raad in plaats van door de lokale Brugse schepenen. Eerst weigerden die laatsten hem uit te leveren, omdat ze dit als een schending van hun privileges beschouwden. Pas na een persoonlijke brief van Filips zelf gingen ze akkoord. Het lijkt wel alsof Filips er alles aan deed om zijn petekind te redden van de straffende hand van de Brugse schepenen, maar in feite lag de hertog niet wakker van Jans lot. De relatie tussen Filips en Jan was doorheen de jaren immers verzuurd. In 1430 raakte Jan als gouverneur van Breda in conflict met de lokale inwoners en de baljuw, die als vertegenwoordiger van Filips optrad. Een jaar voor zijn arrestatie daagde hij het Bourgondisch gezag opnieuw uit, door als kapitein van Nieuwpoort te weigeren een gevangene uit te leveren aan de hertog.

Die rebellie tegen het Bourgondisch gezag heeft ongetwijfeld zijn vonnis beïnvloed. In januari 1442, na een proces van 28 dagen, bevond de Grote Raad Jan van Uutkerke en zijn twee anonieme medeplichtigen schuldig aan sodomie. De executie moest worden uitgevoerd ‘metten zweerde’ in het kasteel van Saeftinghe. Van Uutkerke werd dus eerst onthoofd alvorens hij op de brandstapel werd gegooid, een privilege dat hij te danken had aan zijn adellijke afkomst. Een ongelukkig toeval wilde dat het doodvonnis werd uitgevoerd op bevel van niemand minder dan Colard de le Clite, soeverein-baljuw van Vlaanderen, maar tegelijk ook Jans oom.

Dit schandaal zou de familie van Uutkerke voorgoed ruïneren. Financiële schulden verplichtten Jans ouders ertoe om al hun bezittingen te verkopen. Vader Roeland stierf een paar maanden later. Jans huwelijk was kinderloos, wat een einde maakte aan een dynastie die het Bourgondisch ideaal generaties lang had belichaamd.

Met dank aan Jonas Roelens en Marie De Keulenaer.

Bronnen:

Roelens, J. “De edele sodomiet: edellieden en seksuele deviantie in de Bourgondische Nederlanden.” Groniek 55, nr. 235 (2023): 144–160.

Roelens, J. De onuitspreekbare zonde: Sodomie in de Zuidelijke Nederlanden (1400–1700). Gent: Sterck & De Vreese, 2024.

Van Kempen, P. A. M. M., en Vreugdenhil, V. Kasteel van Saeftinghe. Amsterdam: RAAP, 2001.

Afbeelding:

Kasteel van Saeftinghe op een kaart uit 1504-1505. Uitsnede uit Scheldekaart_van_Rupelmonde_tot_de_Noordzee,_Felixarchief,_12_2476.jpg, CC0, via Wikimedia Commons.