Over een Wervikenaar die als diplomaat aan het Bourgondische hof uitgroeide tot naamgever van een eigen kapel
De lezers van Stoute Schoenen weten al dat Filips de Stoute, die in Halle overleed, begraven wilde worden in het klooster van Champmol. Gehuld in een nederige witte kartuizerpij vond hij er een laatste rustplaats. De aanloop naar zijn begrafenis gebeurde allesbehalve bescheiden: de indrukwekkende rouwstoet deed er maar liefst 47 dagen over en vormt het kloeke middendeel van Stoute schoenen.
Filips werd ziek in Brussel tijdens de overdracht van Brabant naar zijn tweede zoon Antoon. Bij de voorbereidingen hiertoe was een Werviknaar betrokken, Diederik Gherbode (1350-1422). Naar alle waarschijnlijkheid was hij erbij toen een zieke Filips in allerijl werd afgevoerd naar Atrecht, maar niet verder geraakte dan Halle. Of de Vlaamse secretaris van Filips de Stoute, vervolgens ook verder mee stapte zou kunnen, maar daar is vooralsnog geen sluitend bewijs van gevonden.
Als grafelijk ambtenaar, diplomaat en raadsman van Lodewijk van Maele, en later ook Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Filips de Goede, was Diederik bij de grootste dossiers en kopbrekens van zijn tijd betrokken: zijn naam staat onderaan de akte van de Vrede van Doornik in 1385 (na de Gentse Opstand), hij vergezelde in 1396 Jan zonder Vrees tijdens de kruistocht naar Nicopolis (wat hij juist deed, hoe ver hij mee trok is helaas niet geweten), maar hij onderstreepte zijn belang allicht nog vooral met het veiligstellen van de voor Vlaanderen zo belangrijke wolhandel met Engeland. Hij kan zeker beschouwd worden als een van de voornaamste Bourgondische ambtenaren van zijn tijd.
Die opmerkelijke carrière bouwde hij niet op uit het niets. De Gherbodes waren oorspronkelijk afkomstig uit de lakenstad Ieper. Nadat in 1303 verschillende schepenen in Ieper vermoord werden, verhuisde Diederiks grootvader, ook schepen van Ieper, met zijn hele familie naar Wervik. De komst van de familie Gherbode zou de Wervikse ‘Gouden Eeuw’ inluiden, waarin ze zelf ook een rol van betekenis speelden. Om de overmacht van de grotere steden enigszins te breken, kende Lodewijk van Maele aan Wervik het privilege toe van de vestiging van de wolstapel, wat zorgde voor de definitieve opgang van de lakennijverheid in deze kleine stad.
Diederik stierf in 1422 en werd in de St Medarduskerk in Wervik begraven. In de naar hem genoemde Gherbodekapel, aan de linkerzijde van de kerk, kan men vandaag nog een reproductie van zijn grafsteen bewonderen waarop weliswaar het sterfjaar 1419 staat (allicht een slordigheid). Restanten van de originele grafsteen werden tussen het puin teruggevonden. Ook zijn wapenschild is nog vaag te zien op de buitenmuur van de ingebouwde wenteltrap in het kleinste kamertje van de kerk.
Maar het meest intrigerend zijn de, weliswaar vervaagde, muurschilderingen in de kapel. Ernest Warlop, rijksarchivaris en hoofd van het Heraldische Genootschap, stelde vast dat ze authentiek vijftiende-eeuws zijn, herkenbaar aan de vorm van de wapenschilden van de familie Gherbode. Volgens sommige specialisten zouden ze misschien nog uitgevoerd zijn onder advies van Jan van Eyck.
Er blijven nog genoeg vraagtekens over voor meer onderzoek. Wie maakt zijn Bourgondische borst nat?
Met dank aan Stefaan Billiau en Marie De Keulenaer.
Bronnen:
Biografisch portaal van Nederland. Diederik Gherbode.
Via http://www.biografischportaal.nl/persoon/79138412.
Desreumaux, John. “Als stenen spreken: de Gherbodekapel.” Jaarboek Stedelijke Oudheidkundige Commissie Wervik (1996): 79–88.
Open churches. Kerk van Sint-Medardus.
Via https://openchurches.eu/nl-be/gebouwen/sint-medardus-wervik.
Persoonlijke genealogische nota’s. Aanzet Genealogie De Gherbode.
Via https://genealogischeverkenningen.wordpress.com/2018/12/25/aanzet-genealogie-de-gherbode/.
École nationale des chartes. Thierry Gherbode.
Via https://theses.chartes.psl.eu/document/ENCPOS_1900_04.